Schijnzelfstandigheid en de Wet DBA in 2026 betekenen voor opdrachtgevers dat de Belastingdienst sinds 1 januari 2025 weer volledig handhaaft op verkapte dienstverbanden [1]. In 2026 kan de Belastingdienst bij schijnzelfstandigheid loonheffingen naheffen en corrigeren tot maximaal 1 januari 2025 [1]; verzuimboetes blijven opgeschort en een vergrijpboete is mogelijk bij opzet of grove schuld. Deze gids legt uit wat er verandert, welke naheffing en boetes je riskeert als opdrachtgever en hoe je schijnzelfstandigheid voorkomt.
Wat betekenen de Wet DBA en de handhaving van schijnzelfstandigheid in 2026?
Schijnzelfstandigheid en de Wet DBA in 2026 draaien om één toets: beoordeelt de Belastingdienst je zzp-inhuur als een echte opdracht of als een verkapt dienstverband? De Belastingdienst grijpt bij schijnzelfstandigheid in met naheffing en correctie. De volledige handhaving startte op 1 januari 2025 [1], dus 2026 is het eerste volledige kalenderjaar waarin ook vergrijpboetes weer op tafel liggen.
Voor jou als opdrachtgever — of je nu HR-manager, finance-verantwoordelijke of DGA bent — betekent dit dat je je zzp-relaties tegen het licht moet houden. Werkt iemand feitelijk als werknemer, dan loop je het risico op een naheffing loonheffingen en premies. De Belastingdienst gaat bij correctie niet verder terug dan 1 januari 2025 [1], maar dat blijft een fors bedrag als de constructie al langer loopt.
Inzicht
De toetsvraag is niet hoe het contract heet, maar hoe er in de praktijk gewerkt wordt. Een overeenkomst met het woord "opdracht" beschermt je niet als de samenwerking in werkelijkheid een dienstbetrekking is.
Nederland telde in 2025 ongeveer 1,2 miljoen zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) [6]. Een deel van die groep werkt in relaties die juridisch dicht tegen een dienstverband aan liggen — en juist daar richt de handhaving op schijnzelfstandigheid zich op.
Wat is schijnzelfstandigheid precies?
Schijnzelfstandigheid is het verschil tussen de papieren werkelijkheid en de feitelijke werkelijkheid: op papier is iemand zelfstandig ondernemer (zzp'er), maar in de praktijk gedraagt de samenwerking zich als een arbeidsovereenkomst. De wet kijkt door het etiket heen naar wat er echt gebeurt.
Wanneer is iemand schijnzelfstandige en geen echte zzp'er?
Iemand is vermoedelijk schijnzelfstandige als de samenwerking deze kenmerken vertoont:
- De opdrachtgever bepaalt hoe, waar en wanneer het werk gebeurt (gezag en toezicht).
- De zzp'er doet hetzelfde werk als collega's die wél in loondienst zijn.
- De werkende treedt niet als ondernemer op: geen eigen klantenkring, geen eigen investeringen, geen ondernemersrisico.
- De zzp'er werkt langdurig en grotendeels voor één opdrachtgever.
Hoe meer van deze punten opgaan, hoe groter de kans dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking en de werkende in loondienst hoort [2].
Het verschil tussen een opdracht en een (verkapte) dienstbetrekking
Bij een echte opdracht koopt de opdrachtgever een resultaat of dienst in van een zelfstandige die zijn eigen werk indeelt en risico draagt. Bij een verkapte dienstbetrekking koopt de organisatie in feite arbeidscapaciteit in die ze aanstuurt als een werknemer.
| Kenmerk | Echte opdracht (zzp) | Verkapte dienstbetrekking |
|---|---|---|
| Aansturing | Zelfstandig, eigen werkwijze | Onder gezag en toezicht |
| Vervanging | Mag zich laten vervangen | Verplichte persoonlijke arbeid |
| Inbedding | Naast de organisatie | Volledig ingebed in de organisatie |
| Ondernemerschap | Meerdere klanten, eigen risico | Eén opdrachtgever, geen risico |
| Beloning | Factuur voor resultaat | Feitelijk loon voor tijd |
Wat is de Wet DBA en waarom is hij er?
De Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) bepaalt sinds 2016 hoe opdrachtgever en zzp'er samen verantwoordelijk zijn voor de juiste kwalificatie van hun arbeidsrelatie. Het doel: schijnzelfstandigheid tegengaan en de zekerheid over de arbeidsrelatie eerlijker verdelen.
Van VAR naar Wet DBA
Vóór 2016 vroeg een zzp'er een VAR (Verklaring Arbeidsrelatie) aan. Met die verklaring was de opdrachtgever vrijwel volledig gevrijwaard van naheffingen, ook als de praktijk anders uitpakte. Dat legde het risico eenzijdig bij de werkende en maakte schijnconstructies aantrekkelijk.
De Wet DBA verving de VAR en legde de verantwoordelijkheid weer bij beide partijen. Voortaan moeten opdrachtgever en zzp'er samen kunnen onderbouwen dat er echt geen dienstbetrekking is — niet op basis van een verklaring vooraf, maar op basis van hoe ze werkelijk samenwerken.
Het handhavingsmoratorium en het einde daarvan
Omdat de Wet DBA in de praktijk veel onduidelijkheid gaf, handhaafde de Belastingdienst jarenlang nauwelijks: het zogeheten handhavingsmoratorium. Behalve bij kwaadwillendheid bleven naheffingen achterwege.
Dat moratorium is voorbij. Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid [1]. Daarmee is de vrijblijvendheid eraf en wordt 2026 het jaar waarin opdrachtgevers de gevolgen echt kunnen voelen.
Let op
Reken niet op het oude moratorium. De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer volledig [1]. Een zzp-relatie die jarenlang ongemoeid bleef, kan nu wél tot een correctie leiden.
Wat verandert er in 2026 bij de handhaving van de Wet DBA?
In 2026 verschuift het zwaartepunt van "aankondigen" naar "corrigeren en mogelijk beboeten". De handhaving die in 2025 startte, krijgt nu volle werking — met één belangrijke begrenzing in de terugwerkende kracht.
Wel naheffing en correctie, terug tot 1 januari 2025
Constateert de Belastingdienst schijnzelfstandigheid, dan kan zij loonheffingen naheffen en de arbeidsrelatie corrigeren. De terugwerkende kracht is begrensd: bij correctie gaat de Belastingdienst niet verder terug dan 1 januari 2025 [1]. Periodes daarvóór blijven dus buiten schot, mits er geen sprake was van kwaadwillendheid.
Praktisch betekent dit: hoe langer je een risicovolle constructie laat doorlopen in 2025 en 2026, hoe groter de naheffing kan oplopen.
Verzuim- versus vergrijpboetes in 2026
Het boeteregime verschilt per type overtreding:
- Verzuimboetes — gekoppeld aan administratieve verzuimen — blijven opgeschort. Over kalenderjaar 2025 legde de Belastingdienst nog geen verzuim- of vergrijpboetes op [1].
- Vergrijpboetes — voor opzet of grove schuld — zijn in 2026 wél mogelijk. Wie willens en wetens een schijnconstructie in stand houdt, loopt dus een reëel boeterisico bovenop de naheffing.
Cijfer
Over kalenderjaar 2025 legde de Belastingdienst geen verzuim- en vergrijpboetes op [1]. In 2026 vervalt die soepelheid voor vergrijpboetes bij bewezen opzet of grove schuld.
Bedrijfsbezoek en waarschuwing voor boekenonderzoek
De Belastingdienst valt zelden meteen binnen met een boekenonderzoek. In de praktijk start het traject vaak met een bedrijfsbezoek of een waarschuwing. Zo krijg je doorgaans de gelegenheid om je zzp-relaties op orde te brengen voordat het tot een formeel onderzoek en correctie komt. Gebruik die ruimte: een vroege zelfcheck voorkomt dat een waarschuwing uitmondt in een naheffing.
Hoe beoordeelt de Belastingdienst of er sprake is van schijnzelfstandigheid?
De Belastingdienst toetst de arbeidsrelatie aan de wettelijke criteria voor een dienstbetrekking en aan de gezichtspunten die de Hoge Raad heeft uitgewerkt. Het gaat om het totaalbeeld, niet om één enkel kenmerk.
De drie kenmerken van een dienstbetrekking (gezag, persoonlijke arbeid, loon)
Er is sprake van een dienstbetrekking als deze drie elementen samen aanwezig zijn:
- Gezagsverhouding — de opdrachtgever kan aanwijzingen geven over het werk en houdt toezicht.
- Verplichte persoonlijke arbeid — de werkende moet het werk zelf doen en mag zich niet vrijelijk laten vervangen.
- Loon — er staat een beloning tegenover de arbeid.
Zijn alle drie aanwezig, dan is er juridisch een dienstbetrekking — ongeacht wat het contract zegt.
De gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest (inbedding en ondernemerschap)
In het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023 benoemde de Hoge Raad een reeks gezichtspunten die meewegen bij de beoordeling, zónder onderlinge rangorde of weging [4]. Twee daarvan springen eruit:
- Inbedding in de organisatie — hoort het werk tot de gewone bedrijfsactiviteiten en is de werkende een vast onderdeel van de organisatie?
- Ondernemerschap — gedraagt de werkende zich als ondernemer, met meerdere klanten, eigen investeringen en commercieel risico?
Inzicht
Alle omstandigheden tellen mee en er bestaat geen vaste rangorde tussen de gezichtspunten [4]. Eén "zzp-vriendelijk" element redt de constructie niet als het totaalplaatje naar een dienstverband wijst.
Welke risico's loopt de opdrachtgever (en de zzp'er) bij schijnzelfstandigheid?
Schijnzelfstandigheid raakt beide partijen, maar de financiële rekening landt vooral bij de opdrachtgever. Daarnaast verliest de zzp'er fiscale voordelen en kan de relatie juridisch omslaan in een dienstverband.
Financiële gevolgen voor de werkgever: naheffing loonheffingen en premies
Als opdrachtgever moet je bij schijnzelfstandigheid alsnog loonheffingen en (pensioen)premies afdragen. De Belastingdienst kan dit naheffen, met correctie tot terug naar 1 januari 2025 [1]. Bovenop die naheffing komt in 2026 een mogelijke vergrijpboete bij opzet of grove schuld. Voor organisaties die structureel of in volume met zzp'ers werken, kan dat fors oplopen.
Gevolgen voor de zzp'er: ondernemersaftrek en mogelijk dienstverband
Ook de werkende voelt de gevolgen. Blijkt iemand geen echte ondernemer te zijn, dan kan hij ondernemersvoordelen zoals de zelfstandigenaftrek verliezen. Tegelijk kan de werkende juist aanspraak maken op de rechten van een werknemer — denk aan een arbeidsovereenkomst, doorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming [2]. Een schijnconstructie is dus voor geen van beide partijen een veilige basis.
Wat is de status van modelovereenkomsten, VBAR en de Zelfstandigenwet?
Modelovereenkomsten en nieuwe wetgeving bepalen het speelveld voor de komende jaren. Belangrijk om te weten: een modelovereenkomst is geen vrijbrief, en er staat nieuwe wetgeving op stapel die de spelregels aanscherpt.
Modelovereenkomsten geldig tot en met 31 december 2029
De Belastingdienst beoordeelt sinds 6 september 2024 geen nieuwe modelovereenkomsten meer [3]. Goedgekeurde modelovereenkomsten die op 6 september 2024 geldig waren, mag je blijven gebruiken tot en met 31 december 2029 [3].
Let op de belangrijke nuance: een modelovereenkomst biedt alleen zekerheid als er in de praktijk ook écht volgens die overeenkomst wordt gewerkt. Wijkt de feitelijke samenwerking af, dan biedt het papier geen bescherming.
Let op
Een modelovereenkomst is geen garantie. Werk je in de praktijk anders dan op papier afgesproken, dan kan er alsnog een dienstbetrekking ontstaan — met naheffing als gevolg.
Wetsvoorstel VBAR en het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief
Het wetsvoorstel VBAR (Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden) is op 7 juli 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd [5]. Het moet duidelijker maken wanneer iemand werknemer is en wanneer werk als zelfstandige kan worden gedaan.
Twee elementen zijn voor opdrachtgevers van belang:
- Rechtsvermoeden bij een laag uurtarief — zzp'ers die minder dan 36 euro per uur verdienen (jaarlijks geïndexeerd) kunnen straks stellen dat ze werknemer zijn en de bijbehorende rechten inroepen [5].
- Beoogde inwerkingtreding 1 juli 2026 — mits zowel de Tweede als de Eerste Kamer instemt, treedt de wet volgens planning op 1 juli 2026 in werking [5].
Daarnaast wordt gewerkt aan een bredere Zelfstandigenwet, die de positie en spelregels rond zelfstandig ondernemerschap verder moet vormgeven. Houd de parlementaire behandeling in de gaten, want de definitieve invulling kan nog wijzigen.
Hoe voorkom je schijnzelfstandigheid? Een checklist voor opdrachtgevers
Schijnzelfstandigheid voorkom je niet met het juiste contract alleen, maar door de feitelijke samenwerking goed in te richten. Loop deze checklist langs voor elke zzp'er die je inhuurt:
- Toets op ondernemerschap — heeft de zzp'er meerdere opdrachtgevers, een eigen klantenkring en eigen investeringen?
- Beperk het gezag — laat de zzp'er zelf bepalen hoe, waar en wanneer het werk gebeurt, binnen redelijke grenzen.
- Vermijd verplichte persoonlijke arbeid — maak vervanging mogelijk waar dat kan.
- Voorkom inbedding — laat de zzp'er afgebakend projectwerk doen, niet structureel hetzelfde werk als je vaste medewerkers.
- Laat praktijk en papier overeenkomen — werk je met een modelovereenkomst, zorg dan dat de werkelijkheid daarmee strookt.
- Heroverweeg langdurige inhuur — werkt iemand al lang fulltime voor jou alleen, dan is een dienstverband vaak passender én veiliger.
Tip
Maak van de jaarlijkse contractcheck een vast HR-proces. Beoordeel elke langlopende zzp-relatie opnieuw aan de hand van gezag, persoonlijke arbeid, loon en inbedding — zo blijf je voor op een bedrijfsbezoek of waarschuwing.
Alternatieven: vast dienstverband, payroll of Employer of Record (EoR)
Loopt een zzp-relatie tegen de grenzen aan, dan zijn er compliant routes om dezelfde capaciteit te behouden zonder het schijnzelfstandigheidsrisico:
- Vast of tijdelijk dienstverband — de meest directe oplossing als iemand structureel als werknemer functioneert.
- Payroll — je houdt de aansturing, maar een payrollpartij wordt juridisch werkgever en regelt de loonadministratie. Zo kun je payroll en salarisverwerking uitbesteden zonder zelf werkgeverschap op te tuigen.
- Employer of Record (EoR) — vooral relevant als je internationaal of structureel personeel inhuurt zonder lokale entiteit. Je kunt dan compliant inhuren via een Employer of Record (EoR), die het lokale werkgeverschap, contract en loonheffingen overneemt.
Welke route past, hangt af van je situatie, schaal en land. Wil je deze keuze ondersteunen met de juiste HR-administratie, dan helpt het om de beste HR-systemen in Nederland te vergelijken op een onafhankelijke basis.
Veelgestelde vragen over schijnzelfstandigheid en de Wet DBA 2026
Wat verandert er in 2026 aan de handhaving van de Wet DBA?
De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer volledig op schijnzelfstandigheid [1]. In 2026 kan de Belastingdienst loonheffingen naheffen en corrigeren, maar gaat daarbij niet verder terug dan 1 januari 2025 [1]. Verzuimboetes blijven opgeschort; een vergrijpboete is in 2026 wel mogelijk bij bewezen opzet of grove schuld. In de praktijk volgt vaak eerst een bedrijfsbezoek of waarschuwing voordat een boekenonderzoek start.
Wat is schijnzelfstandigheid?
Schijnzelfstandigheid is wanneer iemand op papier als zzp'er (zelfstandige) werkt, maar in de praktijk feitelijk als werknemer functioneert. Denk aan werken onder gezag en toezicht, hetzelfde werk doen als medewerkers in loondienst, en niet als ondernemer optreden. Dan is er volgens de wet eigenlijk sprake van een dienstbetrekking en hoort de werkende in loondienst [2].
Hoe beoordeelt de Belastingdienst of er sprake is van schijnzelfstandigheid?
De Belastingdienst kijkt naar de drie kenmerken van een dienstbetrekking: een gezagsverhouding, verplichte persoonlijke arbeid en loon. Daarnaast gelden de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad (24 maart 2023), zoals de inbedding van het werk in de organisatie en of de werkende zich als ondernemer gedraagt [4]. Er bestaat geen vaste rangorde tussen die gezichtspunten; het totaalbeeld is bepalend.
Welke boetes en naheffingen riskeer je bij schijnzelfstandigheid?
Als opdrachtgever moet je bij schijnzelfstandigheid alsnog loonheffingen en (pensioen)premies betalen; de Belastingdienst kan dit naheffen tot terug naar 1 januari 2025 [1]. Verzuimboetes zijn opgeschort, maar een vergrijpboete is in 2026 mogelijk bij opzet of grove schuld [1]. De zzp'er kan ondernemersvoordelen zoals de zelfstandigenaftrek verliezen en mogelijk een arbeidsovereenkomst claimen [2].
Zijn modelovereenkomsten in 2026 nog geldig?
De Belastingdienst beoordeelt sinds 6 september 2024 geen nieuwe modelovereenkomsten meer [3]. Goedgekeurde modelovereenkomsten die op 6 september 2024 geldig waren, mag je blijven gebruiken tot en met 31 december 2029 [3]. Een modelovereenkomst biedt alleen zekerheid als er in de praktijk ook echt volgens die overeenkomst wordt gewerkt.
Wat is de Wet VBAR en wanneer gaat die in?
De Wet VBAR (Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden) is op 7 juli 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd [5] en moet duidelijker maken wanneer iemand werknemer of zelfstandige is. Het bevat een rechtsvermoeden waarmee zzp'ers die minder dan 36 euro per uur verdienen werknemerschap kunnen inroepen [5]. De beoogde inwerkingtreding is 1 juli 2026, mits zowel de Tweede als de Eerste Kamer instemt [5].
Volgende stappen
- Breng je zzp-relaties in kaart — maak een overzicht van alle ingehuurde zzp'ers en toets elke relatie op gezag, persoonlijke arbeid, loon en inbedding.
- Markeer de risicogevallen — zoom in op langdurige, fulltime relaties met één opdrachtgever en op tarieven onder de VBAR-grens van 36 euro per uur [5].
- Controleer je modelovereenkomsten — gebruik je een goedgekeurde modelovereenkomst, check dan of de praktijk daadwerkelijk strookt met het papier (geldig tot en met 31 december 2029) [3].
- Kies een compliant alternatief waar nodig — overweeg een dienstverband, payroll of, bij internationale inhuur, een EoR-route. Wil je hulp bij de juiste keuze, vraag dan een gratis intake voor een passende inhuur- of EoR-oplossing aan.
- Maak het een terugkerend proces — plan een jaarlijkse herbeoordeling van je zzp-portefeuille in, zodat je voorblijft op handhaving.
Bronnen
- In 2025 geen boetes bij handhaving schijnzelfstandigheid — Rijksoverheid.nl
- Wet DBA: voorkom schijnzelfstandigheid — KVK
- Geen nieuwe modelovereenkomsten meer — Belastingdienst
- Hoge Raad in Deliveroo-arrest: bezorgers hebben een arbeidsovereenkomst — Grant Thornton
- Wetsvoorstel voor meer duidelijkheid zzp'ers (VBAR) naar de Kamer — Rijksoverheid.nl
- Dossier ZZP — CBS

